Hoe weet je of je een d of dt moet schrijven?

2 weergave

Om te bepalen of je d of dt moet schrijven in een voltooid deelwoord, controleer je de werkwoordstam. Als de stam eindigt op een t, k of f, schrijf je dt. Anders schrijf je d.

Opmerking 0 leuk

De D of DT-kwestie: Een heldere uitleg

De spelling van voltooid deelwoorden in het Nederlands kan verwarrend zijn. De vraag of je een ‘d’ of ‘dt’ moet schrijven achter een werkwoordstam blijft voor veel mensen een struikelblok. Gelukkig is er een relatief simpele regel die je kan helpen deze twijfel te overwinnen. De sleutel zit hem in de werkwoordstam.

De kernregel: Kijk naar de uitgang van de werkwoordstam (het werkwoord zonder de uitgang -en). Eindigt de stam op een t, k, of f, dan schrijf je een dt. In alle andere gevallen schrijf je een d.

Laten we dit met enkele voorbeelden verduidelijken:

Voorbeelden met ‘dt’:

  • werkt: De stam is “werk”. Deze eindigt op een ‘k’, dus het voltooid deelwoord is “gewerkt”.
  • acht: De stam is “acht”. Deze eindigt op een ‘t’, dus het voltooid deelwoord is “geacht”.
  • lift: De stam is “lift”. Deze eindigt op een ‘t’, dus het voltooid deelwoord is “gelift”.
  • lacht: De stam is “lach”. Deze eindigt op een ‘ch’ (uitgesproken als een ‘ch’), dus het voltooid deelwoord is “gelacht”. Let op: de ‘ch’ telt hier als ‘k’-klank.

Voorbeelden met ‘d’:

  • loopt: De stam is “loop”. Deze eindigt op een ‘p’, dus het voltooid deelwoord is “gelopen”.
  • zingt: De stam is “zing”. Deze eindigt op een ‘g’, dus het voltooid deelwoord is “gezongen”.
  • eet: De stam is “eet”. Deze eindigt op een ‘t’, maar dit is niet de uitgang van de stam, het is een deel van de stam zelf. Het voltooid deelwoord is “gegeten”.
  • vindt: De stam is “vind”. Deze eindigt op een ‘d’, dus het voltooid deelwoord is “gevonden”.

Let op de uitzonderingen:

Zoals met elke taalregel, zijn er ook hier uitzonderingen. Sommige werkwoorden gedragen zich niet volgens deze regel. Deze moet je gewoon uit het hoofd leren. Een goed woordenboek kan hierbij helpen.

Samengevat: De regel voor ‘d’ of ‘dt’ is gebaseerd op de laatste lettergreep van de werkwoordstam. T, k, en f vragen om een ‘dt’, alle andere letters vragen om een ‘d’. Leer de uitzonderingen en je bent klaar om de ‘d’ en ‘dt’-kwestie met vertrouwen aan te pakken!