Waarom kunnen mensen geen vitamine C aanmaken?

0 weergave

In tegenstelling tot veel dieren missen mensen een functioneel gen voor de aanmaak van vitamine C. Dit genetische defect, ontstaan in onze evolutionaire geschiedenis, betekent dat wij afhankelijk zijn van externe bronnen, zoals groenten en fruit, om in onze dagelijkse behoefte aan deze cruciale voedingsstof te voorzien.

Opmerking 0 leuk

De Onfortuinlijke Erfenis: Waarom Wij Geen Vitamine C Kunnen Aanmaken

Vitamine C, of ascorbinezuur, is een essentiële voedingsstof voor de mens. Het speelt een cruciale rol in talloze processen in ons lichaam, van het ondersteunen van ons immuunsysteem en de aanmaak van collageen tot het fungeren als een krachtige antioxidant die ons beschermt tegen schadelijke vrije radicalen. Terwijl veel dieren vrolijk hun eigen vitamine C produceren, zijn wij mensen aangewezen op externe bronnen, zoals citrusvruchten, paprika’s en broccoli, om aan onze dagelijkse behoefte te voldoen. Maar waarom is dat eigenlijk zo?

Het antwoord ligt in onze evolutionaire geschiedenis en een genetische mutatie die ergens in het verre verleden heeft plaatsgevonden. De meeste dieren, waaronder de meeste zoogdieren, vogels en reptielen, hebben een functioneel gen genaamd GULO (gulonolactone oxidase). Dit gen codeert voor een enzym dat nodig is in de laatste stap van de vitamine C-productie, de omzetting van L-gulonolactone naar L-ascorbinezuur.

Wij mensen, samen met apen, cavia’s en sommige vissoorten, hebben echter een defect in dit GULO-gen. Dit defect maakt het gen in feite “uitgeschakeld” of inactief. Het is nog steeds aanwezig in ons DNA, maar het produceert geen functioneel enzym. Hierdoor kunnen we de laatste, cruciale stap in de vitamine C-synthese niet voltooien, waardoor we gedwongen zijn om deze essentiële voedingsstof uit onze voeding te halen.

De exacte timing en oorzaak van deze genetische mutatie zijn nog onderwerp van wetenschappelijk onderzoek, maar de meest gangbare theorie is dat het ergens tussen 40 en 60 miljoen jaar geleden gebeurde, toen onze primaten voorouders in een omgeving leefden die rijk was aan fruit en groenten, en dus ruim voldoende vitamine C bevatte. In deze context zou het vermogen om vitamine C zelf aan te maken minder essentieel zijn geworden. Het verlies van deze functie, door de mutatie in het GULO-gen, zou dan ook geen significant nadeel hebben opgeleverd, waardoor het zich kon verspreiden in de populatie.

Het resultaat is echter dat wij nu, in de 21e eeuw, afhankelijk zijn van een constante aanvoer van vitamine C uit onze voeding. Een tekort aan vitamine C kan leiden tot scheurbuik, een ernstige aandoening die in het verleden veel voorkwam onder zeelui die lange tijd zonder verse groenten en fruit op zee waren. Symptomen van scheurbuik zijn onder andere bloedend tandvlees, vermoeidheid, zwakte en trage wondgenezing.

Gelukkig is scheurbuik tegenwoordig relatief zeldzaam, dankzij ons toegenomen bewustzijn van het belang van vitamine C en de wijdverspreide beschikbaarheid van verse producten. Toch blijft het essentieel om een gevarieerd en evenwichtig dieet te volgen dat rijk is aan vitamine C, om ervoor te zorgen dat we aan onze dagelijkse behoefte voldoen en optimaal van de vele voordelen van deze cruciale voedingsstof kunnen profiteren. Onze evolutionaire erfenis dwingt ons tot deze continue alertheid, als een herinnering aan de genetische grillen die onze fysiologie hebben gevormd.