Wat is een sterk werkwoord en wat zijn voorbeelden?

28 weergave
Sterke werkwoorden herken je aan de klinkerwisseling in de verleden tijd en het voltooid deelwoord op -en. Voorbeelden zijn: lezen - las - gelezen, lopen - liep - gelopen en helpen - hielp - geholpen.
Opmerking 0 leuk

Wat is een sterk werkwoord?

In de Nederlandse taal kennen we twee soorten werkwoorden: sterke en zwakke werkwoorden. Sterke werkwoorden onderscheiden zich van zwakke werkwoorden doordat ze een klinkerwisseling in de stam vertonen in de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Daarnaast eindigt het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord altijd op -en.

Herkenning van sterke werkwoorden

Om te herkennen of een werkwoord sterk is, kijk je naar de volgende kenmerken:

  • Klinkerwisseling in de stam: In de verleden tijd en het voltooid deelwoord verandert de klinker in de stam van het werkwoord.
  • Voltooid deelwoord eindigend op -en: Het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord heeft altijd de uitgang -en.

Voorbeelden van sterke werkwoorden

Hieronder volgen enkele voorbeelden van sterke werkwoorden, met de juiste vormen voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord:

Werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
Lezen Las Gelezen
Lopen Liep Gelopen
Helpen Hielp Geholpen
Bidden Bad Gebeden
Drinken Dronk Gedronken
Schrijven Schreef Geschreven
Beginnen Begon Begonnen

Overzicht van de vervoeging van sterke werkwoorden

Hieronder volgt een overzicht van de vervoeging van sterke werkwoorden in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord:

Tijdsvorm Enkeltvoud Meervoud
Tegenwoordige tijd Werk + t Werken
Verleden tijd Werk + stamwisseling Werkten
Voltooid deelwoord Ge + werk + -en Geworkt

Uitzonderingen

Er zijn enkele sterke werkwoorden die niet aan de algemene regel voldoen. Deze uitzonderingen moeten apart worden onthouden. Hier zijn enkele voorbeelden:

Werkwoord Verleden tijd Voltooid deelwoord
Hebben Had Gehad
Zijn Was Geweest
Worden Werd Geworden
Mogen Mocht Gemogen
Kunnen Kon Gekon